Antwerpen ligt aan de Schelde en is na Brussel de grootste stad van België. De inwoners noemt men 'Sinjoren' naar het Spaanse woord 'señor' ten tijde van de Spaanse overheersing. Het is geen wonder dat de mensen er vasthouden aan de feiten van het verleden, want Antwerpen mag gerust het New York van de vijftiende eeuw genoemd worden.

Uit die tijd stammen de honderddrieëntwintig meter hoge Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, het stadhuis, de barokke Carolus Barromeuskerk en de groots opgevatte Sint-Jacobskerk. Het is ook de stad van de schilder Rubens die als woning een waar stadspaleis met tuin bezat. Het Rubenshuis is daarom absoluut een bezoek waard.

Niet ver daarvandaan ligt de aorta van de stad: de Meir. Dit is een lange winkelboulevard waar alle grote merken vertegenwoordigd zijn. In de smallere straten rond de Kammenstraat bevinden zich veel boetiekjes en hebben verschillende ontwerpers een onderdak voor hun collectie gevonden. Ook het ModeMuseum is er gevestigd.

Indien je jouw stedentrip per trein hebt gepland, zal je versteld staan wat je bij aankomst aantreft. De spoorwegkathedraal is een attractie op zich en werd recentelijk nog door een Amerikaans blad tot de top van Europa gerekend. Op het aanpalende Astridplein bevinden zich twee andere publiekstrekkers. De Antwerpse Zoo is de op een na oudste dierentuin van de Lage Landen en het Diamantmuseum vertelt het boeiende verhaal van deze begeerde edelsteen.

Op één van de vele terrasjes bestel je bij voorkeur een 'bolleke' - dit is een amberkleurig biertje van de Antwerpse brouwerij De Konick - en een Antwerps koekje in de vorm van een hand. Vraag zeker even naar het waarom van die opmerkelijke vorm en je zal meteen begrijpen welke rol de hand in de ontstaanslegende van Antwerpen speelt.